Algemeen

Bedplassen bij kinderen (Enuresis nocturna)

Wat is bedplassen
-       kinderen die minstens twee keer per week in bedplassen
-       kinderen die zes jaar of ouder zijn
-       kinderen waarbij geen lichamelijke afwijking is gevonden.
Beschrijving van mogelijke oorzaken van bedplassen bij kinderen:
-       lichamelijke oorzaken
-       niet-lichamelijke oorzaken.

Lichamelijke oorzaken:
Bij een klein aantal kinderen is bedplassen het gevolg van een lichamelijke aandoening. Het gaat dan om aandoeningen als nierziekten, suikerziekte, een kleine blaas of een slechte samenwerking tussen de zenuwen van de blaas, de sluitspier en het bekken. Sinds enige tijd is bekend dat sommige bedplassers een lage productie van het antidiuretisch hormoon hebben. Een tekort aan antidiuretisch hormoon (een hormoon dat ervoor zorgt 's nachts minder urine gemaakt wordt) kan ook een oorzaak van het bedplassen zijn. Toediening van het hormoon voor het slapen gaan kan bedplassen bij hen voorkomen.Normaal is de productie van het antidiuretisch hormoon (ADH) 's nachts hoger dan overdag. Bij een gedeelte van de bedplassers wordt deze verhoogde ADH-productie gedurende de nacht niet gezien. Hierdoor wordt 's nachts meer urine geproduceerd dan de blaas kan bevatten. Vooral met het beschikbaar komen van het geneesmiddel desmopressine is deze theorie in de belangstelling gekomen.

 

Niet-lichamelijke oorzaken:

In de praktijk blijkt de oorzaak van bedplassen niet simpel terug te voeren tot één van de onderstaande oorzaken. Meestal is er sprake van een combinatie van factoren.

a.     Het kind is er nog niet aan toe
Een wijdverspreide verklaring voor het voortduren van bedplassen is een vertraagde rijping van het centrale zenuwstelsel. Bedplassende kinderen hebben nog niet geleerd om ‘s nachts hun plas op te houden. Zindelijkheid is in feite het leren controle te krijgen over je eigen blaas. Dit is een geleidelijk proces. Een pasgeborene plast door een reflexmatige lediging van de blaas wanneer deze gevuld raakt. Al in het eerste levensjaar veroorzaakt een volle blaas activiteit in de hersenen, in de eerste zes levensmaanden neemt het blaasvolume sterk toe en de plasfrequentie navenant af door reorganisatie van de zenuwbanen. In de regel kan een kind
in de loop van het derde levensjaar de plas ophouden. Hiermee neemt de blaascapaciteit toe. Tenslotte zijn bij het kind de beheersing van plasdrang en de blaascapaciteit zo ver gevorderd dat het kind ook in de slaap droog blijft. De leeftijd waarop dit gebeurt kan sterk variëren.

b.     Erfelijke factoren
Erfelijke factoren kunnen ook een rol spelen bij het ontstaan van bedplassen. Bedplassen komt in bepaalde families veel meer voor dan in andere. Uit verschillende studies blijkt dat 70-80% van de kinderen met primair bedplassen één of meer familieleden heeft die ook in bed plassen of hebben geplast. Dit wijs op een genetische oorzaak. Er zijn aanwijzingen gevonden voor een dominante overerving van primair bedplassen in bepaalde families.

c.     Ongelukkige toilettraining
Behalve dat een kind er gewoon nog niet aan toe is, kan het ook in bed blijven plassen door de aanpak van de ouders. Het lijkt erop, alsof een ongelukkige toilettraining het averechtse effect heeft en het kind juist aanleert om wel in bed te blijven plassen. Dan kan een ongelukkige toilettraining de oorzaak zijn van het nog in bed plassen. Ouders hebben dan teveel straf gebruikt of zijn te vaak van methode gewisseld.

d.     Ongunstige omstandigheden
Door ongunstige omstandigheden buiten het kind of de ouders om kan een kind ook blijven plassen. Aan welk soort omstandigheden moet men dan denken?  Uit onderzoek blijkt dat kinderen in de leeftijd tussen 12 en 42 maanden dan een periode hebben meegemaakt die onzekerheid gaf.
Ze noemen:
-        de geboorte van een broertje of zusje
-        een ziekte
-        een verhuizing
-        een ongeluk
-        scheidingsproblematiek.
Dus juist in de periode wanneer een kind gewoonlijk vanzelf droog leert worden, kreeg het daar niet de juiste aandacht voor van de ouders. Ouders waren dan te toegeeflijk (ongeluk of ziekte) of hadden andere dingen aan hun hoofd (een geboorte, verhuizing of scheiding). Vermoedelijk hebben de ouders toen niet volhoudend gereageerd en kon het kind niet droog worden.

e.     Verkeerde gewoonte (aangeleerd ongewenst gedrag):
Er is sprake van verkeerde gewoonte als b.v. het bedplassen prettige gevolgen heeft zoals extra aandacht of het bed niet zelf hoeven opmaken (ongewenste operante conditionering). Als een bij het opnemen 's avonds niet goed wakker wordt gemaakt leert het te plassen op het moment dat het minder diep slaapt (ongewenste klassieke conditionering).

f.      Slaapdiepte
Kinderen met enuresis hebben een hogere wekdrempel. Het droog leren slapen zal langere tijd in beslag nemen.

g.     Te geringe motivatie van omgeving
Een kind neemt normen van de omgeving over en reacties uit de omgeving van een kind kunnen gewenst gedrag versterken. Er ontstaat een proces waarin een kind zich als het ware beloont voor het gewenste gedrag.
De mate waarin het kind zich in gedachten beloont en de reactie van de omgeving op het gewenste gedrag bepaalt de motivatie om 's nachts droog te worden en te blijven. Als de situatie blijft bestaan dat er op het bedplassen prettige gevolgen komen zal het kind onvoldoende gemotiveerd worden om op eigen plasprikkels te reageren.

h.     Te grote motivatie in het kind
Een kind dat via een te sterk beloning/strafsysteem te sterk gemotiveerd wordt om 's nachts droog te zijn, kan daardoor gehinderd worden in het leerproces. Het kind, dat toch al veel moeite heeft om droog te leren zijn (door andere oorzaken zoals constitutie en rijpheid), zal door te grote motivatie sneller kans maken om te falen.
i.      Emotionele spanningen
Aangetoond is dat angst het tot stand komen van conditionering tijdelijk of zelfs definitief ongedaan kan maken. Het is nog niet duidelijk of dit bij bedplassen ook het geval is. Er zijn wel aanwijzingen in die richting, maar het bedplassen verdwijnt niet als alleen de emotionele spanningen worden weggenomen.

j.      Samenhang enuresis en ADHD

         Er zijn kinderen met aandachtsproblemen die op dat gebied op de CBCL-Schaal (Child Behaviour  Checklist) hoog scoren. Bij deze kinderen komt vaker enuresis voor. 

 

Bron: ggd.nl