Op kamp

Op kamp met een bedplasser
“Da’s hartstikke balen; ben je 7 jaar en plas je nog regelmatig in bed. En dan komt het zomerkamp er ook nog aan. Eigenlijk heb je helemaal geen zin in het kamp.” Hoe kun jij als leiding daar nou een oplossing in bieden tijdens het kamp?
Bedplassen is een vervelende kwaal. Maar geen uitzondering. Ongeveer 15% van de kinderen tussen zes en negen jaar hebben er last van. Het wordt veroorzaakt doordat kinderen tijdens het slapen niet merken dat hun blaas vol zit. Het seintje aan de hersenen wat aanleiding moet zijn voor een wc-bezoekje, werkt tijdens de slaap dan even niet. Vaak gaat dat gepaard met een hormoonoorzaak. Als kinderen ouder worden wordt de hormonenhuishouding beter en houdt het bedplassen op. Veel kinderen die bedplassen durven niet bij vriendjes/vriendinnetjes te gaan logeren of op kamp te gaan, omdat ze bang zijn dat hét ze overkomt. Kinderen schamen zich vaak voor het bedplassen.
Om kinderen tijdens een kamp te kunnen ondersteunen is het contact met de ouders belangrijk. Als jij als leiding niets weet, kan je er ook geen rekening mee houden. In onderling overleg kun je een aantal handige oplossingen bedenken. Op het medisch-/kampformulier misstaat de vraag naar eventueel bedplassen dan ook absoluut niet.
Om aan ouders te vragen om voorafgaand aan het kamp, thuis nog even snel een droogbedtraining of plaswekker-systeem uit te voeren, heeft geen zin. Kinderen worden dan juist onder druk gezet, waarmee de angst dat het tijdens het kamp fout gaat alleen maar groter kan worden, en het effect kleiner. Die verwachting is dan ook naar ouders toe niet reëel.
En dan; je weet dat één van je kinderen nog wel eens in bed plast en het kamp komt er aan.
                                            
Heel prakties de volgende tips:
·Voor het naar bed gaan, gaan alle kinderen tijdens jullie kamp natuurlijk nog even naar de WC. Ja, toch?

· Uiteraard maak je het kind al even wakker voordat jullie zelf gaan slapen, om even   tussendoor naar de WC te gaan. Het is dan wel belangrijk dat het kind ook echt goed wakker is. Aanvullend (maar ja, wie staat er vroeg op) kun je het zo regelen dat het kind ook een paar uur voor het opstaan nog een keer wakker wordt gemaakt. Overleg ook met de ouders hoe ze hier thuis mee om gaan en wat daar de beste tijden zijn.

· Probeer bij het avondeten het drinken te beperken tot 1 glas. Veel vocht wordt gedurende de slaap vast gehouden. Niet drinken betekent niet dat het kind niet in bed plast. De hoogste urineproductie vindt in de vroege avond en ’s nachts plaats. Het blijft dus zaak om ’s nachts kinderen even wakker te maken.

· Als kinderen ’s nachts een trainingsbroekje dragen, moeten ze dat natuurlijk zo onopvallend mogelijk aan kunnen doen. Met een ‘smoesje’ (bijv. oor- of neusdruppelen) kun je ze ’s avonds naar de leiding laten komen. Andere kinderen valt het dan minder op en in een ‘veilig’ hoekje kan het kind zich omkleden.

· Dan moet s’morgens dat trainingsbroekje natuurlijk ook weer ongezien uit. Spreek met het kind af dat hij of zij het broekje in een plastic zak achterlaat in de slaapzak. Als leiding haal je dan op een ongezien moment even het broekje uit de slaapzak en gooi je het weg.

· Op kamp twee dezelfde slaapzakken meenemen is natuurlijk wel een heel slimme oplossing om ongelukjes te verbloemen. Ongemerkt kan dan de slaapzak worden verwisseld als het toch even fout is gegaan.

·Wanneer er nu meer kinderen zijn die ’s nachts in bed plassen, is het handig ze bij elkaar te leggen. Natuurlijk willen kinderen naast vriendjes en vriendinnetjes slapen, maar een strategische plek in de buurt van de deur is dan aan te bevelen. Het nachtelijke WC-gebeuren valt dan voor de andere kinderen wat minder op en je voorkomt ook nog nachtelijke klimpartijen over andere kinderen en slaapgerei.

·Het is best mogelijk dat ouders ervaring hebben met medicatie die het bedplassen tijdelijk af doet nemen of minimaliseert. Op doktersrecept zijn pillen of neusspray te gebruiken die de aanmaak van urine doet afnemen. Informeer bij ouders of ze deze gebruiken of dat een optie voor tijdens het kamp is, waarmee zij naar de huisarts kunnen.

· Al met al is het dus belangrijk om er zo gewoon maar onopvallend mogelijk mee om te gaan. Niet stiekem of geheim, omdat je daarmee het voor het kind alleen maar lastiger maakt, maar op een helpende manier om het ongemak voor het kind te verkleinen.


Juist, en wat doe je dus juist niet met een bedplasser op kamp:

·Een plaswekker meenemen. Daar worden dus alle kinderen wakker van en dat wilden we nou juist niet.

· Uitgebreid de andere kinderen voorlichten dat Klaas nog in bed plast en ze niet hoeven te schrikken als ’s nachts het licht aan gaat om Klaas te laten plassen.

·  Boos worden op het kind omdat je er nu meer werk aan hebt.

  

Bron: http://www.scoutinggelderland.nl